Praktijkexamen Hoger Redder: overzicht van de simulaties

Op het praktijkexamen toon je in een zwembadsimulatie dat je als hoofdredder de juiste beslissingen neemt. Hier vind je alle simulaties uit de richtlijnen van de Vlaamse Trainersschool, wat er van je verwacht wordt en welke fouten je meteen doen zakken.

Uit welke onderdelen bestaat het praktijkexamen?

Naast het theorie-examen leg je een praktijkexamen af. Dat bestaat uit drie onderdelen.

EHBO praktijk

Letsels herkennen en verzorgen, zoals je dat in de praktijklessen oefent.

Reanimatie

BLS: 1 minuut reanimeren op een volwassene, op het droge. ALS: met twee redders, inclusief AED en zuurstof.

Redding praktijk

Drie zwemproeven, één zwembadsimulatie en bevrijdingsgrepen.

Een vak slaag je volledig of niet. Slaag je niet voor één zwemproef of voor de zwembadsimulatie, dan leg je op het herexamen het volledige praktijkvak opnieuw af.

Zo verloopt een zwembadsimulatie

Je staat als hoofdredder aan de badrand, samen met een collega-redder. Er gebeurt iets in of naast het water en jij beslist hoe je ingrijpt. Elke simulatie heeft twee lijsten: wat je moet doen om te slagen, en de uitsluitsels. Maak je één van die uitsluitsels, dan ben je niet geslaagd voor de simulatie.

Dreigend gevaar

Het slachtoffer is bij bewustzijn en het probleem is beperkt: kramp, een verslikking, een slag of iemand die onwel wordt aan de kant. Je overlegt met je collega en lost het zelf op, vaak met een droge redding. Bij kramp, verslikking of een slag is een evacuatie of externe hulp net een uitsluitsel.

Noodsituatie

Een slachtoffer is bewusteloos, verdrinkt of heeft een ernstig letsel. Je geeft drie fluitsignalen en overlegt met je collega, en meestal volgen evacuatie van het zwembad en externe hulp. Let op: bij een flauwte of hyperventilatie in het water zijn evacuatie en externe hulp net een uitsluitsel.

Wat in bijna elke simulatie terugkomt

  • Overleg met je collega. Geen overleg is in elke simulatie een uitsluitsel.
  • Fluitsignalen. Eén keer fluiten om de aandacht van een bader te trekken, twee keer voor je collega, drie keer bij een noodsituatie.
  • Eerst droog, dan nat. Kan het slachtoffer een hulpmiddel aannemen of zelf naar de kant komen, dan is een natte redding een uitsluitsel. Waar wel een natte redding nodig is, moet je in een aantal scenario's eerst een droge redding geprobeerd hebben.
  • Tijdslimieten. Een bewusteloos slachtoffer binnen 20 seconden op de rug, de meeste slachtoffers binnen 1 minuut aan de kant, en bij nek- of rugletsel, epilepsie en hyperventilatie in het water binnen 2 minuten.
  • Nek- of rugletsel. Een stabilisatietechniek is verplicht en het slachtoffer gaat op het spineboard. Ademt het slachtoffer niet, dan gaat reanimatie voor.
  • Op de kant. Je controleert de vitale functies en zet waar nodig zuurstof, een AED of een coldpack in.

Leer de aanpak, niet het script. De scenario's in de richtlijnen zijn indicatief. Op het examen kan ook een variant komen.

Alle simulaties op een rij

De 20 reddingssimulaties uit de richtlijnen cursus Hoger Redder van de Vlaamse Trainersschool (2024), kort samengevat. De volledige tabel met alle uitsluitsels staat in de PDF met de simulaties.

Dreigend gevaar

Sim 1a · Kuitkramp, de zwemmer kan zichzelf helpen

Overleg en een droge redding: met instructies of een hulpmiddel naar de kant, binnen 1 minuut uit het water, en de kuit rekken.

Sim 1b · Kuitkramp, de zwemmer raakt in paniek

Probeer eerst een droge redding, daarna een natte. Binnen 1 minuut uit het water en de kuit rekken.

Sim 2a · Verslikking binnen bereik

Overleg en een droge redding: de zwemmer naar de kant praten of een hulpmiddel aanreiken, en kalmeren.

Sim 2b · Verslikking buiten bereik

Eerst droog proberen, dan de zwemmer met een reddingsmiddel gaan halen. Binnen 1 minuut uit het water.

Sim 3a · Slag in het aangezicht

Een droge redding, kalmeren en een coldpack voorzien. Geen evacuatie en geen externe hulp.

Sim 13 · Hyperventilatie naast het zwembad

Binnen 1 minuut de ademhaling aansturen en de vitale functies controleren.

Sim 14 · Bewusteloos slachtoffer langs het zwembad

Binnen 1 minuut de vitale functies controleren en 112 laten verwittigen.

Sim 15 · Epilepsie-aanval aan de kant

De veiligheid op de kant waarborgen, bijvoorbeeld met een zwemplankje onder het hoofd, en binnen 1 minuut de vitale functies controleren.

Noodsituatie

Sim 3b · Botsing: één zwemmer met een buil, één bewusteloos

Drie fluitsignalen, evacuatie en externe hulp. Eerst de zwemmer met de buil naar de kant praten of een hulpmiddel aanreiken, dan het bewusteloze slachtoffer veilig op de kant. Een coldpack voor de buil.

Sim 4 · Chloorvergiftiging

Evacuatie van de zwembadhal, externe hulp, eigen veiligheid en verluchting. Geen natte redding. Het ernstigste slachtoffer krijgt zuurstof.

Sim 5 · Flauwte

Drie fluitsignalen en een natte redding: binnen 20 seconden op de rug, binnen 1 minuut aan de kant, en het slachtoffer bevragen. Hier geen evacuatie en geen externe hulp.

Sim 6a · Bewusteloos aan de oppervlakte

Een natte redding: binnen 20 seconden op de rug, naar de kant en uit het water. Je collega zorgt voor evacuatie en externe hulp.

Sim 6b · Bewusteloos op de bodem

Opduiken, binnen 20 seconden op de rug, uit het water en de reanimatie opstarten. Je collega zorgt voor evacuatie en externe hulp.

Sim 7 · Hartinfarct

Een natte redding met een hulpmiddel, via het ondiepe gedeelte uit het water. Halfzit, zuurstof en AED, externe hulp en evacuatie, en vragen of het slachtoffer hartpatiënt is.

Sim 8 · Drenkeling op de bodem

Bij de eerste sprong of duik boven halen, binnen 1 minuut aan de kant, evacuatie en externe hulp, en 5 effectieve beademingen opstarten.

Sim 9 · Drenkeling op de bodem en een niet-zwemmer

Eerst de niet-zwemmer met een droge redding in veiligheid, daarna de drenkeling opduiken. Evacuatie en externe hulp, beide slachtoffers binnen 2 minuten aan de kant, en 5 beademingen opstarten.

Sim 10a · Nekletsel na een sprong, hoofd boven water

Al in het diepe stabiliseren, waar nodig naar het ondiepe, op het spineboard en binnen 2 minuten veilig op de kant. Evacuatie en externe hulp.

Sim 10b · Rugletsel, roerloos met het hoofd in het water

Dezelfde aanpak: stabiliseren, waar nodig naar het ondiepe, op het spineboard en binnen 2 minuten veilig op de kant. Evacuatie en externe hulp.

Sim 11 · Epilepsie-aanval in het water

Stabiliseren in het water, met hulpmiddelen binnen 2 minuten aan de kant, de veiligheid op de kant waarborgen (zwemplankje onder het hoofd, op de zij) en de vitale functies controleren. Evacuatie en externe hulp.

Sim 12 · Hyperventilatie in het zwembad

Met hulpmiddelen binnen 2 minuten uit het water, op de kant de ademhaling aansturen en de vitale functies controleren. Hier geen evacuatie en geen externe hulp.

De drie zwemproeven

Naast de simulatie leg je binnen Redding praktijk drie zwemproeven af, in short en T-shirt, in een bad van 25 meter.

200 m proef

Samen maximaal 4'30"

  1. 25 m onder water, met startduik. Tik eerst de muur aan voor je bovenkomt.
  2. 25 m rugzwemmen, met de polsen uit het water. De eerste 50 m binnen 1'15".
  3. 150 m crawl of schoolslag.

Start aan de diepe kant.

Gordelproef

Afslepen binnen 1 minuut

  1. Te water met de reddingsgordel.
  2. 25 m zwemmen, schoolslag of crawl.
  3. Het slachtoffer op de gordel leggen en afslepen.
  4. Het slachtoffer uit het water halen, alleen of met hulp van een derde, en reanimeren.

Start aan de ondiepe kant.

Popduikproef

Binnen 30 seconden

  1. Startduik en 12 m zwemmen, schoolslag of crawl.
  2. De vervoerspop bij de eerste duik boven halen.
  3. De pop 12 m verslepen, met het gezicht boven water.

De pop weegt droog 10 kg; oranje opduikpoppen wegen maar 5,7 kg. De tijd geldt voor 3 m diepte: per 50 cm dieper krijg je 1 seconde extra, per 50 cm ondieper 1 seconde minder.

Richtpunt voor je conditie: mik op minder dan 30 seconden per lengte van 25 meter. Dan is je slaagkans op de zwemproeven groter.

Zo bereid je je voor bij FLAG

  • Simulaties in de les. In de cursus Hoger Redder oefen je realistische scenario's met teamrollen, met evaluatie en feedback. De laatste fase is examenvoorbereiding met oefenexamens en individuele remediëring.
  • Meetrainen op maandagavond. Cursisten Hoger Redder bij FLAG mogen elke maandag van 21u tot 22u meetrainen in Lago Gent, tot aan hun (her)examen. De voorwaarden staan bij de formules van de reddingssport.
  • Herexamen inbegrepen. Bij een cursus van FLAG zit het herexamen in je inschrijving.
  • EHBO-foto's oefenen. Met de gratis oefentool met de 75 EHBO-foto's herken je de letsels die op het praktijkexamen EHBO kunnen komen.

PDF en officiële bronnen

Het officiële studiemateriaal van de Vlaamse Trainersschool vind je als cursist in Mijn VTS. De twee PDF's stellen we ook zelf ter beschikking.

Scenario's en richtlijnen kunnen per jaar wijzigen. Bij twijfel geldt wat je docent en de Vlaamse Trainersschool zeggen. Ben je cursist bij FLAG? Alles voor jouw editie staat op de cursistensite Hoger Redder.

Veelgestelde vragen over het praktijkexamen Hoger Redder

Waar vind ik het overzicht van de simulaties praktijk Hoger Redder als PDF? ▾
Het overzicht staat in de richtlijnen cursus Hoger Redder van de Vlaamse Trainersschool, die je als cursist via Mijn VTS krijgt. FLAG stelt het deel met de reddingssimulaties ook ter beschikking als PDF, onderaan deze pagina bij PDF en officiële bronnen.
Wat is een uitsluitsel? ▾
Een fout waardoor je meteen niet geslaagd bent voor de simulatie, zoals geen overleg met je collega, geen drie fluitsignalen bij een noodsituatie of een slachtoffer dat niet op tijd aan de kant is.
Wat betekenen één, twee of drie fluitsignalen? ▾
Eén keer fluiten trekt de aandacht van een bader, twee keer die van je collega-redder, en drie keer fluiten is altijd voor een noodsituatie.
Hoe lang moet je reanimeren op het examen? ▾
Voor BLS reanimeer je 1 minuut op een volwassene, op het droge. Voor ALS werk je met twee redders, inclusief AED en zuurstof.
Hoeveel simulaties krijg je op het praktijkexamen? ▾
Binnen het onderdeel Redding praktijk speel je één zwembadsimulatie, naast drie zwemproeven en de bevrijdingsgrepen. De richtlijnen beschrijven twintig simulaties. Ze zijn indicatief, dus bereid de aanpak van alle scenario's voor.
Wat is het verschil tussen dreigend gevaar en een noodsituatie? ▾
Bij dreigend gevaar is het slachtoffer bij bewustzijn en los je het probleem zelf op, vaak met een droge redding. Bij een noodsituatie geef je drie fluitsignalen en volgen meestal evacuatie van het zwembad en externe hulp. Bij een flauwte of hyperventilatie in het water zijn evacuatie en externe hulp net een uitsluitsel.
Welke tijden gelden voor de zwemproeven? ▾
De 200 m proef zwem je in maximaal 4 minuten 30, met de eerste 50 m binnen 1 minuut 15. Bij de gordelproef leg je het slachtoffer op de gordel en sleep je het af binnen 1 minuut. De popduikproef doe je binnen 30 seconden.
Wat als ik niet slaag voor de simulatie? ▾
Je moet een vak volledig slagen. Slaag je niet voor één zwemproef of voor de zwembadsimulatie, dan leg je op het herexamen het volledige praktijkvak opnieuw af. Bij een cursus van FLAG zit het herexamen in je inschrijving.

Klaar voor het praktijkexamen?

In de cursus Hoger Redder van FLAG oefen je deze simulaties tot ze vanzelf gaan, met docenten die zelf op de badrand staan.